 |
| ONTWIKKELINGSPSYCHOLOOG EWALD VERVAET |  | Dr. Ewald Vervaet is ontwikkelingspsycholoog. Hij onderzoekt de psychologische
ontwikkeling bij jonge kinderen en is docent aan verschillende instellingen,
onder meer aan Academie Gradatim en enkele volksuniversiteiten, zoals die van
Amsterdam en Rotterdam. Ook in het blad WIJ Jonge Ouders zijn regelmatig
artikelen in samenwerking met Ewald gemaakt. Van zijn hand verschenen
verschillende boeken: ‘Groeienderwijs; psychologie van 1 tot 3’ en ‘Naar School;
psychologie van 3 tot 8’ en 'Het raadsel intelligentie'. In de eerste twee legt
Ewald aan de hand van toegankelijke praktijkvoorbeelden en studies uit hoe
je kind psychologisch gezien opgroeit en hoe je daar als ouder in de
verschillende fases mee om kunt gaan. 'Het raadsel intelligentie' gaat over de
vraag welke rol het erfelijke pakket en de omgeving spelen. Ewalds conclusie is
grensverleggend: 'erfelijkheid' en 'omgeving' zijn beide noodzakelijke
voorwaarden voor een goede psychologische ontwikkeling, maar doorslaggevend is
de gelegenheid die je kind krijgt om zichzelf, jou en de wereld van binnenuit
zélf te ontdekken. De drie boeken zijn verkrijgbaar bij WIJ Mediawinkel.nl. Ewald beantwoordt graag jouw
persoonlijke vraag over de ontwikkeling van jouw kind op gebied van sociale
omgang, naar peuterspeelzaal of school gaan, leren lezen en wat al maar niet
meer op psychologisch gebied. Bovendien schrijft hij elke maand een Doordenker
over een aantrekkelijk onderwerp uit de praktijk.
Meer weten over Ewald,
zijn werk en bevindingen? Kijk bij Stichting Histos.
|  |
|
Kijk hier voor de Doordenker van de maand
Stel hier je persoonlijke vraag
|
 |
| Monique, 29 juli 2010 |
Geachte dr Vervaet, Mijn moeder zal binnenkort overlijden. Ze heeft gekozen voor crematie. Ik weet alleen niet hoe ik dit moet uitleggen aan mijn dochtertje van 4 jaar en 2 maanden. Vorig jaar is opa overleden en hebben we haar overal bij betrokken, alles uitgelegd. Ze heeft hem ook opgebaard gezien, etcetera. We hebben haar niet meegenomen naar de plechtigheid, maar weer wel naar het kerkhof waar de kist de grond in ging en zij aarde op de kist mocht gooien. Maar hoe leggen we een crematie uit? Zeggen dat oma in het vuur gaat lijkt me geen slimme actie... Bovendien is er straks geen begraafplaats om naar terug te gaan, zoals nu bij opa. Dus ze zal wel snappen dat er iets anders is. Ze is ook erg aan oma gehecht, dus ik wil haar ook wel afscheid laten nemen etcetera. Ik heb het al aan diverse mensen gevraagd en ook op internet gezocht maar kinderen en crematies zijn niet terug te vinden. Terwijl er wel genoeg te vinden is over kinderen en begrafenis. Alvast dank! Met vriendelijke groet, Monique |
|
| Ewald Vervaet, 29 juli 2010 |
Beste Monique, Als ontwikkelingspsycholoog kan ik je niet helpen (omdat ook ik niets weet van hoe kinderen met crematie omgaan), maar gelukkig ben ik in de eerste plaats mens en pas in de tweede plaats (ontwikkelings)psycholoog... Om te beginnen denk ik als ontwikkelingspsycholoog dat het je dochter van 4 jaar en 2 maanden (hoogstwaarschijnlijk zit ze voor het grootste deel in fase 12, de fase van de oudere peuter, en in enkele opzichten al in de kleuterfase nummer 12) niet zo heel veel zal uitmaken of iemand begraven wordt of gecremeerd - uiteraard afhankelijk van hoe anderen erover praten. In de eerste plaats schiet het tijdbesef van een peuter nog tekort om erg veel gedachtes bij de dood te hebben. Ook een kleuter denkt daar nog heel soepel over: bij doodgaan zou je terug kunnen in de buik van je moeder; enzovoort. Vervolgens denk ik dat je met je dochter binnenkort eens naar een strooiveld zou kunnen gaan, waar de as van gecremeerden wordt verstrooid - uiteraard na haar tevoren gevraagd te hebben of ze wil weten wat er met oma gaat gebeuren als ze dood is (en na haar verteld te hebben dat dat binnenkort gaat gebeuren - hierbij kun je vast aansluiten bij haar herinneringen aan het overlijden van haar opa). Als ze niet wil, moet je haar misschien eerst thuis wat meer vertellen, zoals dat sommige mensen begraven worden (zoals opa) en dat er van andere met vuur as wordt gemaakt (dat klinkt misschien al anders dan 'verbrand' of 'gecremeerd'). Ik weet niet of er iets is geregeld over de as van je moeder, maar misschien kan ze urn een tijdje bewaard worden. Misschien is dat niet nodig als je je dochter hebt verteld over het verstrooien van de as (en haar zo'n veld hebt laten zien). Ik hoop dat ik je hiermee wat verder heb geholpen. O ja, nog één ding. Hoe sta je zelf tegenover crematie? Als je daar namelijk zelf negatief tegenover staat (of als je je herinnert dat je dat als kind eng vond), dan zou ik je willen vragen om eerst goed over je eigen gedachten en gevoelens daarbij na te denken en met dierbaren te praten alvorens je er met je dochter over praat. Heel, heel veel sterkte - uiteraard in de eerste plaats met het naderende verlies van je moeder, maar ook met het begeleiden van een en ander van je dochter. Met vriendelijke groeten, Ewald
P.S. Over fase 12 (gemiddeld 45-54 maanden) en fase 13 (gemiddeld 4,5-6,5 jaar) heb ik uitvoerig geschreven in de hoofdstukken 2 respectievelijk 3 van mijn boek 'Naar school; psychologie van 3 tot 8'. |
|
| Danielle, 29 juli 2010 |
Beste dr Ewald, Met 2,5 jaar hebben we (omdat het ons leuk leek voor haar) onze kleine naar de peuterspeelzaal laten gaan. Dit hebben we 2 maanden volgehouden. Ons kind werd met de dag ongelukkiger. Na haar schreeuwend achter te hebben gelaten, ging ze vaak op een stoeltje voor het raam zitten te wachten tot iemand haar weer kwam halen. Uiteindelijk leidde dit zelfs tot niet slapen, niet meer met andere kindjes willen spelen, etcetera. We hebben haar er vanaf gehaald. Het gaat nu beter met haar, alleen hangt ze nog steeds erg aan ons en is ze bang dat we haar verlaten. Steeds opnieuw is ze verlegen als we op visite gaan, al zijn we ergens al honderd keer geweest en van de meeste kindjes is ze bang dat ze alles van haar afpakken. Ik vind het zo zielig voor haar en wil graag weten of ik haar alleen laten ergens juist moet stimuleren of juist haar gevoel van veiligheid. Ze is inmiddels 3 en ik wil haar het komende jaar toch voorbereiden op school. Groeten, Danielle |
|
| Ewald Vervaet, 29 juli 2010 |
Beste Danielle, Als specialist in de rechtgroei van de psychologische ontwikkeling tussen 0 en 8 jaar, zou ik alleen maar een reactie kunnen geven als ik je dochter daadwerkelijk enkele uren meegemaakt zou hebben. Haar gedrag, dat je beschrijft, hangt namelijk niet met een bepaalde ontwikkelingsfase samen, maar heeft duidelijk wat met haar persoonlijkheid te maken. Het lijkt me dat ze iets rond de peuterspeelzaal negatief heeft beleefd en daar kennelijk niet of nauwelijks overheen kan komen. Ik geef je daarom in overweging je met je dochter tot een opvoedkundig buro in je omgeving te richten. Veel succes daarmee, want het zou inderdaad wel heel fijn zijn als je dochter zonder al te veel drama's naar groep 1 kan gaan over enige tijd. Met vriendelijke groeten, Ewald |
|
| Cindy, 28 juli 2010 |
Geachte dr. Vervaet, Ik heb een vraagje over mijn zoontje van 3 jaar en bijna 5 maanden. Hij doet nog steeds een kort middagslaapje (ongeveer 1,5 uur), maar wordt daar 8 van de 10 keer sinds een maand helemaal in paniek uit wakker. Hij heeft zonder meer tijd nodig om te ontwaken maar nu is het meteen huilen, gillen, krijgen en hij wil niets doen. Zijn we boven, wil hij niet naar beneden. Is het nog in zijn bedje, wil hij niet uit zijn bedje. Het lijkt haast wel of je helemaal geen contact met hem krijgt en hij ook niets hoort/begrijpt van wat je zegt. Hij komt er haast zelf ook niet uit en soms duurt het echt heel lang (5 kwartier). Mijn man en ik proberen van alles, troosten, praten, afleiden (vooral niet straffen) maar niets helpt. Nu gaat er wel heel veel gebeuren bij ons de komende tijd. Over 4 weken gaan we verhuizen naar een andere plaats (weg van zijn buurmeisje/vriendinnetje). Vanaf september gaat hij naar een nieuw kinderdagverblijf en vanaf maart (als hij 4 jaar wordt) gaat hij naar de basisschool. Eind november verwachten we ook nog een broertje of zusje voor ons zoontje. Allemaal veel dingen waar we hem zo veel mogelijk bij betrekken / hebben betrokken (mee huizen kijken, mee naar het nieuwe schooltje kijken, nu mee dozen inpakken, met papa en mama mee naar het ziekenhuis naar de baby kijken). Ik vraag me af of het allemaal niet te veel wordt voor dat kleine koppie. Hij heeft moeite om zich af te sluiten en neemt alle prikkels in hem op. Daarnaast zijn wij (mama en Max) superclose en nu ik zwanger ben, mag en kan ik hem niet zoveel meer optillen als eerst. Is hij bang om mama kwijt te raken aan de baby? Wij zouden graag zien dat hij, zeker na zijn slaapje, weer vrolijk wakker wordt. Of dat we in ieder geval begrijpen wat we het beste voor hem kunnen doen, hoe we hem kunnen helpen. Dit is echt voor iedereen heel vervelend en zielig. Ik hoop dat u raad heeft. Cindy |
|
| Ewald Vervaet, 28 juli 2010 |
Beste Cindy, Ik denk dat het geheel te veel is voor hem. Het is natuurlijk heel lief van jou en je man dat jullie hem bij allerlei zaken proberen te betrekken, maar heel veel daarvan zegt hem helemaal niets of hij maakt er heel wat anders van. Ik sluit niet uit dat hij daar tijdens zijn slaapje een soort nachtmerrie van krijgt. Heus, je doet een kind van bijna 3 jaar en 5 maanden niet tekort als je hem bij allerlei zaken niet betrekt, hem er geen uitleg over geeft. Als er wat gebeurt en hij vraagt op dat moment wat, dan is het precies op tijd om er hem wat van te vertellen. Mede gezien zijn kalenderleeftijd van 3 jaar en een dikke 4 maanden denk ik dat zijn reacties op fase 11 duiden. Die loopt gemiddeld tussen 36 en 45 maanden. Daarin stelt een kind droombeelden voor als dat ze buiten hem, in zijn slaapkamer zijn. En ook is het 'confabuleren' een fase-11-verschijnsel. Dat is het verzinnen van allerlei onmogelijke verhalen. Maar een fase-11-kind kan daarbinnen niet onderscheiden tussen echt en onecht of tussen schijn en werkelijkheid - dat komt pas in fase 13 (gemiddeld 4,5-6,5 jaar). Er staat inderdaad heel wat te gebeuren in jullie gezin en dus ook in Max' leven. Ik twijfel er niet aan of jullie zullen hem ook volop met respect blijven behandelen als je hem niet van allerlei zaken, die jullie als volwassenen bezig houden, op de hoogte stellen - behalve als hij er zelf over vraagt of als je merkt dat hij er in zijn confabulaties of in zijn spel als het ware op zinspeelt. Heel veel succes met alles! Met vriendelijke groeten, Ewald
P.S. Over fase 11 schrijf ik uitvoerig in hoofdstuk 1 van mijn boek 'Naar school; psychologie van 3 tot 8'. |
|
| Anouk, 27 juli 2010 |
Beste heer Vervaet, Wij zijn een maand geleden verhuisd en onze dochter van 2,5 heeft een hele mooie kamer op zolder gekregen. In het begin leek het goed te gaan maar na een week wil ze niet meer naar boven, naar haar kamer, om te slapen. Als ze dan eindelijk in bed ligt, wordt ze om het uur wakker, gillend tot ze schor is. We hebben de wekkermethode al geprobeerd maar het is een volhoudertje... en wij zijn gesloopt. Zou het kunnen helpen om haar bij ons op de eerste verdieping te leggen omdat ze nu de associatie heeft met boven is niet leuk? Of moeten we volhouden en haar laten wennen op zolder te slapen? Ik hoop dat u een tip heeft hoe we deze moeilijke periode door kunnen komen. Hartelijke groet, Anouk |
|
| Ewald Vervaet, 28 juli 2010 |
Beste Anouk, Ik denk aan het volgende. Rond 2,5 jaar ontstaat het zogeheten animisme. Dat is dat een kind een levend wezen in of achter een levenloos verschijnsel vermoedt. Dus, een vlag zou willen wapperen en het loeien van de wind door de schoorsteen zou van een heks op een bezemsteel komen. Ik sluit niet uit dat zij in de nieuwe omgeving (ongetwijfeld met nieuwe geluiden en 's nachts klinken die duidelijker door en wellicht ook met schaduwen in hoeken die ze in het oude huis niet kende) allerlei verschijnselen heeft waargenomen, die ze animistisch duidt. Misschien helpt het om een lichtje in haar kamer te laten branden (dat ze met jou heeft mogen uitkiezen). En misschien kun je zelf eens goed luisteren wat voor geluiden er in de stillen nacht zoal te horen zijn rond jullie nieuwe huis. Daar kun je misschien met haar over proberen te praten - misschien zitten er bepaalde dieren in de buurt die 's nachts actief zijn. En ja, misschien is de afstand tussen beneden en zolder voorlopig een beetje te groot voor haar (misschien mist ze de vertrouwde geluiden van jou en je partner als ze 's nachts wakker wordt). Als je op de eerste verdieping een ruimte hebt, zou ik je niet kunnen afraden om haar te vragen of ze daar misschien graag zou willen slapen. Maar ik zou haar niet tegen haar zin op zolder laten slapen - uit wat je schrijft maak ik toch echt wel op dat ze daar bang van is. Succes en Met vriendelijke groeten, Ewald
P.S. Over fase 10 heb ik uitvoerig geschreven in mijn boek 'Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3'. |
|
| Tessa, 27 juli 2010 |
Beste Ewald, Mijn dochter van 21 maanden is denk ik in de nee-fase beland, en geeft steeds op een fysieke manier aan dat ze dingen niet wil (spartelen en vechten). Dat vind ik best moeilijk om mee om te gaan. Een paar voorbeelden: tanden poetsen is echt een probleem. Ze wil wel zelf met een tandenborstel wat prutsen in haar mond, maar ze wil niet dat ik of mijn man haar tanden poetsen. Ze probeert dan onze aandacht af te leiden met trucjes en spelletjes. Haar met een grapje of spelletje proberen op andere gedachten te brengen werkt niet. Als we duidelijk maken dat het nu wel gaat gebeuren, en haar stevig vastpakken (anders kunnen we er niet bij), dan gaat ze enorm spartelen. Maar dan denk ik: hoe lang moet ik dit volhouden? Als we volhouden wordt het een echt gevecht, dan voel ik me net een kindermishandelaar, en dat zie ik helemaal niet zitten. Soms geeft ze bij stevig vastpakken wel toe, soms ook niet en dan geven wij het op want we willen niet vechten of haar met twee man in de houdgreep vasthouden. We leggen ook regelmatig uit waarom tanden poetsen belangrijk is, maar voor zo'n uitleg is ze misschien nog te klein. Ander voorbeeld: luier verschonen. Daarbij gaat ze vaak ook spartelen (niet altijd). Met diverse trucs lukt het vaak wel (ze krijgt dan bijvoorbeeld een cracker om op te kauwen op de commode, of ze laat zich de luier wel om doen als dat op ons grote bed gebeurt). Maar daar heb ik niet altijd zin in, moet ik zeggen. Het geeft me het gevoel dat ik steeds naar haar pijpen moet dansen, en ik wil ook wel eens gewoon even doorwerken (met al die trucs kost het steeds veel tijd). Ze wil vaak ook niet in het fietszitje, ook niet als ze eerst een stukje mag lopen. Dan wordt het hetzelfde verhaal als met het tandenpoetsen: als het moment is aangebroken dat ik toch echt wil gaan fietsen, dan moet ik haar in het zitje dwingen. Dus dat wordt ook vechten, al wordt ze daarbij sneller weer rustig dan met het tandenpoetsen. Dat lukt uiteindelijk meestal wel, maar dat vechten dat vind ik bepaald niet fijn. De laatste tijd wil ze ook niet meer eten in haar kinderstoel, maar liever bij ons op schoot of op een grote stoel. Soms vinden wij dat ook goed en dan doen we dat. Als dat niet het geval is dan geven we haar de keus: niet eten of eten in de kinderstoel. Dat werkt best goed, meestal geeft ze dan vrij snel aan in de kinderstoel te willen zitten. En anders eet ze dus niet, maar dan gaan wij ervan uit dat ze gewoon geen trek heeft. Over kleding heeft ze eveneens een sterke mening, en mag ze zo veel mogelijk zelf kiezen wat ze aan wil of niet aan wil. Dus als ze alleen in een rompertje naar de crèche wil dan doe ik dat (als het niet te koud is). De broek neem ik dan mee voor als de leidsters haar die aan willen doen. In het algemeen proberen we van zo min mogelijk dingen een punt te maken. Maar ja, tanden poetsen en een schone luier om doen dat moet nu eenmaal. Voor de rest doen we vaak hele leuke dingen samen, lezen, liedjes zingen en naar de speeltuin of de dierentuin. Dan vermaakt ze zich prima en is ze echt een lieverd. Ik ben benieuwd naar je reactie. Tessa |
|
| Ewald Vervaet, 28 juli 2010 |
Beste Tessa, Gezien haar kalenderleeftijd van 21 maanden is het enigszins aan de vroege kant, maar gezien wat je schrijft zit je dochter in de dreumespuberteit van fase 9. Die fase loopt gemiddeld tussen 26 en 31 maanden. Uitleggen, zoals je schrijft, heeft echt geen zin. Zulke uitleg snappen kinderen pas vanaf de kleuterfase 13 die gemiddeld tussen 4,5 - en 6,5 jaar loopt. Ook verbieden en gebieden helpt niet, want het opvolgen van verboden en geboden ontstaat in fase 10 (gemiddeld 31-36 maanden). In de dreumespuberteit ontdekt het kind onder meer dat het iets kan willen. Ik zou zeggen: laat haar met een aantal dingen een tijdje bezig, zoals het aanprutsen met een tandenborstel. Hoe je vandaar zou kunnen overstappen op het echte poetsen, weet ik niet maar misschien kan je tandarts daar bij helpen - misschien is er een andere manier van tandenborstelen die jullie kunnen toepassen. Ik weet het niet... Voor een aantal dingen, die je zou willen verbieden, is de beste remedie: vóórstructureren. Dus: die ficus waar ze alsmaar aan wil zitten, op een kast zetten waar ze niet bij kan; de koelkastdeur die ze alsmaar open wil maken, van een veiligheidsafsluiting voorzien; enzovoort. Ja, en dan blijven allerlei dingen over waar je niets aan kunt doen. Uit wat je schrijft begrijp ik dat je graag in allerlei activiteiten een stevig tempo zou willen zetten, maar dat gaat met kleine kinderen niet altijd - zeker niet met een puberende dreumes. Je hebt best kans dat zij jouw gehaastheid en ongeduld aanvoelt en daar op een manier op reageert die jou nog ongeduldiger maakt. Dus misschien is het goed om rustig de tijd te nemen voor de verzorging en opvoeding van je dochter. Met allerlei dingen zou ik haar ook niet voor de keus plaatsen, zoals 'niet eten of eten in de kinderstoel'. Probeer een beetje met haar mee te gaan, op een manier dat jij uiteindelijk toch gedaan krijgt wat je wilt hebben. Dus, als je wilt dat ze eet, probeer haar dan haar eerst in de kinderstoel te zetten, maar als ze echt bij jou op schoot wil eten, ga daar dan in mee. Begrijp je wat ik bedoel? Veel succes. En bedenk af en toe dat het met de dreumespuberteit is als met een onweersbui: ze drijven allebei vanzelf ooit over... Met vriendelijke groeten, Ewald
P.S. Over fase 9 schrijf ik uitvoerig in hoofdstuk 9 van mijn boek 'Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3'. |
|
| Marieke, 27 juli 2010 |
Beste Ewald, Onze dochter van 23 maanden zit de laatste tijd in een lastige dip. Ze zegt zowat bij alles wat ze doet dat ze het niet kan. Bij dingen die ze inderdaad niet kan, maar ook bij dingen die ze gewoon wel kan (zoiets simpels als een boekje pakken dat letterlijk voor haar neus ligt). We hebben al allerlei reacties uitgeprobeerd: op een positieve manier zeggen dat ze het wel kan, zeggen dat het niet erg is, haar negeren, zeggen dat ze niet zo moet zeuren. Maar niets lijkt te helpen! Vooral als we zeggen dat ze iets wel kan en het maar gewoon moet proberen kan ze soms helemaal in keihard huilen uitbarsten. Dit is echt soms om moedeloos van te worden. Ze kan zo echt de hele dag doordreinen soms. Ik heb geen idee waar het aan kan liggen. Is het aandacht vragen? Voelt ze zich soms onzeker? Dit laaste misschien in relatie tot onze verhuizing die eraan komt. Misschien voelt ze aan dat er iets spannends staat te gebeuren? Kon ik maar in haar koppie kijken! Kun jij me vertellen hoe we het beste kunnen reageren op haar gedrag? Mijn dochter verblijft ook 3 dagen in de week bij mijn ouders. Ik merk dat vooral mijn moeder erg toegeeflijk is en haar constant probeert af te leiden en haar haar zin geeft/helpt als ze iets wil dat haar volgens haar niet lukt. Stel je voor dat ze toch eens gaat huilen! Ze nemen altijd 100% de tijd voor haar en spelen de hele dag met haar. Voor mijn gevoel moet ik haar hierdoor extra 'opvoeden' op de momenten dat ze thuis is. Kan het dat ze een beetje verwend is met alle aandacht die ze krijgt denk je? Ik heb géén tijd om de hele dag rustig bij haar te gaan zitten en te kijken wat ze nu weer wil of waar ik haar nu weer mee moet helpen. Bovendien vind ik het ook wel gezond als ze een beetje zelf kan spelen. Dit lukt overigens nu ze wat ouder wordt wel al wat beter! Maar ik heb wel echt mijn handen vol aan haar de hele dag. Het liefst zou ik mijn moeder duidelijk willen maken dat ze wat minder toegeeflijk moet zijn richting mijn dochter. Maar ik vind het erg moeilijk haar te moeten vertellen hoe ze zich richting mijn dochter moet gedragen. Ze kunnen niet zo goed tegen kritiek weet ik uit ervaring! Stiekem ben ik wel blij dat ze over een maand naar de peuterspeelzaal gaat. Ik ben benieuwd naar je reactie! Alvast bedankt, Marieke |
|
| Ewald Vervaet, 28 juli 2010 |
Beste Marieke, Je dochter van 23 maanden zit - gezien haar kalenderleeftijd en gezien wat je schrijft - in psychologisch opzicht ten aanzien van zeggen 'niet te kunnen' in fase 8. Die loopt gemiddeld tussen 22 en 26 maanden. Één van de nieuwe vermogens die het kind zich in fase 8 eigen maakt is het vergelijken van toestanden. Inderdaad zeggen heel veel fase-8-kinderen 'kan niet', 'gaat niet' en dergelijke bij wat ze doen en/of proberen. Zoek er niet teveel achter - denk ik vooralsnog. Misschien is negeren (zonder te zeggen dat ze zeurt) nog het beste. En let eens op wat er precies aan de hand is als ze zegt dat ze iets niet kan. Misschien krijg je op die manier in de gaten wat ze precies aan het vergelijken is. Misschien bedoelt ze alleen maar dat ze het moeilijk of nieuw vindt. En doe het eens voor - in fase 8 (en fase 7) imiteren kinderen heel graag. Uit wat je schrijft, krijg ik de indruk dat je vrij veel tegen haar praat en haar probeert uit te leggen. Als die indruk enigszins klopt, zou ik je in overweging willen geven dat wat minder te doen. Een fase-8-kind begrijpt het meeste van wat er gesproken wordt door een volwassene, niet, maar ze hoort waarschijnlijk wel je geïrriteerde (of teleurgestelde of anderszins negatief gekleurde) stem. Je zou in haar koppie willen kijken. Nou, dat kan - in zekere zin - namelijk door, wat ik hierboven al suggereerde, haar wat meer te observeren en eventueel wat proefjes met haar te doen. Voor fase 8 kan ik je met een gerust hart hoofdstuk 8 van mijn eigen boek 'Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3' aanraden. Wat je over je ouders schrijft, herken ik wel bij andere schoonouders. Zij hebben meestal meer tijd om met hun kleinkind bezig te zijn dat een ouder met zijn kind. En ik vind dat een grootouder er ook wel een beetje recht op heeft om zijn kleinkind(eren) te verwennen... Probeer niet boos op hen te zijn. Maar je kunt hen wel vragen een aantal dingen wat minder te doen wanneer je de indruk heeft dat je dochter het bij hen veel leuker vindt dan bij jou. Het zit dus volgens mij niet zozeer in de toegeeflijkheid van je moeder - dreumesen als je dochter kunnen het heel goed hebben dat er in omgeving A andere regels gelden dan in omgeving b; als ze in beide omgevingen elk voor zich maar consistent zijn - als wel in het 'leuk vinden'. Je moeder zal heus wel begrijpen dat jij minder tijd voor je dochter hebt, dan zij voor haar kleindochter. En ook zal ze heus wel begrijpen dat het niet de bedoeling dat ze het thuis niet zo leuk vindt. Misschien kan je moeder het laatste uur dat haar kleindochter bij haar is, een beetje afbouwen in het 'verwennen' (nogmaals, waar grootouders een beetje recht op hebben, vind ik...). Succes en Met vriendelijke groeten, Ewald |
|
| Sanne, 25 juli 2010 |
Hallo, Ik heb een vraagje over mijn zoontje van 1 jaar en 5 maanden. Hij heeft regelmatig last van driftbuien en ik weet niet zo goed hoe ik hier mee om moet gaan. Een paar voorbeeldjes zijn met het eten. Hij wil absoluut niet geholpen worden met zijn eten. Met zijn broodje gaat dit aardig, maar bijvoorbeeld met avondeten dan mag ik hem absoluut niet helpen en zelf eten doet hij bijna niet. Als ik het toch probeer dan wordt hij heel erg boos en begint hij te slaan, te schreeuwen, te huilen en met spullen te gooien. Boos worden helpt niet want dan gaat hij gewoon door, afleiden werkt heel eventjes en dan begint hij weer en negeren werkt ook niet. Ook krijgt hij driftbuien als hij iets niet mag of zijn luier moet verschoond worden of aankleden. Hij reageert het ook vaak op zijn zus af door haar te slaan, haren trekken en knijpen tot ze huilt. Maar ook op het kinderdagverblijf beginnen ze nu te klagen dat hij vaak andere kindjes pijn gaat doen en driftbuien krijgt. Soms doet hij het ook gewoon uit verveling. Hij speelt namelijk ook heel weinig. Speelgoed dat ik in huis heb, vindt hij niet interessant (en ik heb vrij veel). Het enige wat hij de hele dag doet is dingen waarvan hij weet dat het niet mag. Tenzij ik hem vermaak zoals stoeien of kietelen of knuffelen. Dan gaat het goed maar dat kan ik niet de hele dag doen en de leidsters ook niet. Hoe kan ik hier het beste op reageren en zorgen dat het minder wordt. Ik snap dat het een beetje bij de leeftijd hoort maar nu er over geklaagd wordt maak ik me wel een beetje zorgen. Voor de rest is het een schatje hoor. Groeten, Sanne |
|
| Ewald Vervaet, 28 juli 2010 |
Beste Sanne, Vooral gezien de beschrijvingen van zijn gedrag (en een beetje gezien zijn kalenderleeftijd van 17 maanden), zit hij beslist in de fase van de woedeaanvallen. Dat is fase 6 van de algehele psychologische ontwikkeling, die gemiddeld tussen 15 en 18 maanden loopt. Zo'n woedeaanval ontstaat door het kind iets ziet of hoort dat hem interesseert en in fase 6 kan hij een interesse vasthouden zolang hij het betreffende nog waarneemt. Ik weet het natuurlijk niet, maar ik kan me voorstellen dat hij woedeaanvallen tijdens het verluieren krijgt omdat hij hetgeen zijn interesse heeft, nog steeds kan zien. Mocht dat zo zijn, verwijder dat dan of ga met hem naar een andere kamer (dan weet je zeker dat hij geen oogcontact meer kan hebben met de bron van zijn interesse). Inderdaad werken al die dingen die je noemt niet bij een woedeaanval van een fase-6-kind. Het enige dat werkt is: zorgen dat je kind geen 'aandachtscontact' meer heeft met datgene wat zijn interesse heeft op dat moment. Met een aantal dingen zal het dus erg moeilijk zijn, want bij eten bijvoorbeeld zal hij de lepel blijven zien - of hij die nu vast heeft of jij. In dat geval kun je zorgen dat er twee lepels zijn: een voor hem om ermee te spelen en een voor jou om hem te voeren. Je schrijft ook over het vele speelgoed dat hij bij je heeft. Ik weet niet of hij dat allemaal tegelijk tot zijn beschikking heeft. Maar probeer anders eens het volgende. Je bergt alles op zodat hij het niet kan zien (bijvoorbeeld als hij ligt te slapen) en je laat twee stukken speelgoed voor hem achter. Om de zoveel dagen doe je één stuk bij de rest die je hebt opgeborgen, en haal er er een uit weg dat hij tot zijn beschikking krijgt - je doet dat stuk speelgoed weg, waarover jij de indruk hebt dat hij daar het minst mee speelt. Bij fase 6 hoort namelijk ook dat het kind een voorkeur kan bepalen tussen twee concrete voorwerpen. Er zijn kinderen die voortdurend weer wat anders 'kiezen' als ze een grote hoeveelheid tot hun beschikking hebben. Daardoor komen ze eigenlijk nooit aan spelen toe en worden ze alleen maar onrustig. Ik hoop dat je hier wat aan hebt. Laat me over enkele weken gerust je bevindingen weten. Succes en Met vriendelijke groeten, Ewald
P.S. Over fase 6 schrijf ik uitvoerig in hoofdstuk 6 van mijn boek 'Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3'. |
|
| Hilke, 24 juli 2010 |
Beste Ewald, Ik ben een gescheiden moeder (nu bijna 3 jaar) van een zoontje van bijna 4 jaar (september). Het contact met de vader is prima en ze zien elkaar wekelijks. Sinds 9 maanden heb ik een vriend die zelf ook 2 kinderen heeft. Met name de jongens (scheelt 2 jaar) kunnen het geweldig met elkaar vinden. We zijn een week samen op vakantie geweest en ze hebben de hele week gespeeld. Na die week waren mijn zoontje en ik weer alleen thuis (we zijn de weekeinden vaak samen met z'n allen). Hij heeft het er al vaker over gehad dat hij ook graag een broertje/zusje wil, maar nu heeft hij het er wel erg vaak over. Hij ziet ook in zijn omgeving allemaal kinderen die niet alleen zijn. Hij had zelfs al een oplossing bedacht, zijn papa moest ook maar de papa van de baby worden. Dan hadden ze dezelfde papa. Ik voel zijn wens best aan en ik gun het hem ook ontzettend, maar hoe leg ik een kind van 4 uit dat het niet gaat zoals hij denkt. In de nieuwe relatie is het ook maar de vraag of er een kindje 'kan/mag' komen, want je hebt toch allebei de angst van het misgaan van een relatie en dat wil je de kinderen niet nog eens aandoen. Hoe moet ik hier nu mee omgaan? Alvast bedankt voor uw antwoord! Groeten, Hilke |
|
| Ewald Vervaet, 26 juli 2010 |
Beste Hilke, Gezien de kalenderleeftijd van je zoon (3 jaar en 10 maanden) kunnen we er veilig van uitgaan dat hij goeddeels in psychologisch opzicht in de fasen 11 (gemiddeld 36-45 maanden) en 12 (gemiddeld 45-54 maanden) zal zitten. Zoals elke peuter (dat is een kind in de fasen 11 en 12), zal ook hij dus nog uitsluitend in concreet-feitelijke verbanden denken en redeneren - dat blijkt ook wel een beetje uit zijn oplossing voor de papa van de baby. Verwacht dus niet al te veel van uitleg, want daar zijn abstract-logische verbanden voor nodig en die zijn er pas vanaf fase 13 (gemiddeld 4,5-6,5 jaar). Ook in fase 13 bijvoorbeeld vindt een kind (inmiddels kleuter) het voldoende te weten dat baby's uit de buik van hun moeders komen. Een kleuter vraagt nog niet hoe die baby daarin gekomen is. Je doelt met je vraag, neem ik aan, op de relationele aspecten tussen jou en je nieuwe vriend. Ja, misschien ben ik hopeloos ouderwets, maar ik zou daarover niet met een peuter praten (en ook niet met een kleuter - bij voorkeur pas met een meerderjarig kind). Als ontwikkelingspsycholoog kan ik hier niet veel meer over zeggen, maar als mens schieten me suggesties te binnen als dat je hem belooft dat je zult kijken, maar dat je niets kunt beloven, en dat je met hem bespreekt of het ook goed zou zijn wanneer die en die (concrete leeftijdgenootjes en ook die zoon van (bijna) zes van je vriend) wat vaker bij hem komen spelen. Ik hoop dat je hier wat aan hebt. Succes en Met vriendelijke groeten, Ewald
P.S. Over de fasen 11-13 schrijf ik uitvoerig in de hoofdstukken 1-3 van mijn boek 'Naar school; psychologie van 3 tot 8'. |
|
| Carola, 13 juli 2010 |
Goedemorgen, Ik heb een jongen van 1 jaar en hij is - denk ik - wat trager dan gemiddeld, rollen pas met 9 maanden en blijven zitten rond 11 maanden, maar verder gebeurt er weinig. Als ik hem op zijn buik leg, dan doet hij 2 pogingen om achteruit te schuiven en dan legt hij zijn hoofd neer en blijft mokken totdat ik weer kom. Hij kan al wel op zijn beentjes staan als je hem neerzet. Gaat hij nog kruipen en lopen en is hij gewoon laat? Hoe kan ik dat stimuleren of moet ik dat juist niet doen? Carola |
|
| Ewald Vervaet, 17 juli 2010 |
Beste Carola, Maak je geen zorgen, kinderen rollen gemiddeld met 6, 7 maanden en blijven zitten met 8, 9 maanden. Als hij ergens niet aan toe is, kun je hem er niet toe stimuleren. Maar let ook eens op andere ontwikkelingslijnen: taal (brabbelt hij al regelmatig of zelfs gevarieerd?), wijzen (wijst hij al en verkent hij prenten in een prentenboek?), enzovoort. Een leuk proefje is waarschijnlijk dat je kijkt hoe hij met 3, 4 blokken omgaat: vindt hij er niets aan als je een blokkentoren omgooit (duidt op fase 4), vindt hij het leuk een toren van jou om te gooien (duidt op fase 5) en bouwt hij zelf torens (duidt op fase 6)? Succes en Met vriendelijke groeten, Ewald
P.S. Raadpleeg eventueel de hoofdstukken 4-6 van mijn boek 'Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3'. Daarin behandel ik de fasen waarin je zoon doorgaans zal zitten: fase 4 (gemiddelde kalenderleeftijd 8-12 maanden), fase 5 (12-15 maanden) en fase 6 (15-18 maanden). |
|
| Marieke, 12 juli 2010 |
Beste Ewald, Onze dochter van 22 maanden praat voor haar leeftijd al heel uitgebreid, met lange zinnen. Ze is dol op taal en vind het geweldig om te papegaaien. Ik vind het super dat ze hier zo goed in is en dat ze het zo leuk vindt. Zeker ook omdat ze zo heel goed kan duidelijk maken wat ze wil! Waar ik me wel over verbaas is dat ze soms al echt abstracte woorden gebruikt, zoals 'eigenlijk' en 'natuurlijk'. Ik heb goed opgelet of ze de woorden überhaupt wel goed gebruikt, maar de context waarin ze ze gebruikt klopt wel. Ik wilde vragen of dit 'normaal is. Ieder kind maakt natuurlijk zijn eigen ontwikkeling door, onder andere ook afhankelijk van zijn/haar interesse. Maar kan het kwaad? Kan een kind te ver voorliggen? Ze is een heel vrolijk en gelukkig kind verder, dus ik denk dat dat wel een goede indicatie is? Vriendelijke groet, Marieke |
|
| Ewald Vervaet, 14 juli 2010 |
Beste Marieke, Van 'natuurlijk' weet ik het niet, maar van 'eigenlijk' weet ik uit mijn eigen onderzoek dat het een fase-11-verschijnsel is. Fase 11 loopt gemiddeld tussen 36 en 45 maanden. Het correcte gebruik van 'eigenlijk' veronderstelt een bepaalde manier van redeneren die ook bij fase 11 hoort, namelijk het zogeheten transduceren. Dit is een redeneren van de ene concreet-feitelijke stand van zaken naar de andere. Zo zei een meisje dat ik heb gevolgd van geboorte tot een jaar of acht bij een bepaald soort bruin: 'Maar eigenlijk is dat geen bruin'. Ze bedoelde dat het inderdaad een beetje afweek van het bruin dat ze kende. Jullie dochter van 22 maanden loopt dus in dit opzicht vrij sterk vooruit op fase 11 (36-45 maanden). Dat wil zeggen, op de ontwikkelingsdomeinen 'logisch redeneren' en 'taalgebruik' zit ze met haar 22 kalendermaanden in psychologisch opzicht al op de leeftijd van 36-45 maanden. Ik zou me daar geen zorgen over maken, om meerdere redenen: er zullen vast domeinen zijn waarop ze gemiddeld is en zelfs ook domeinen waarop ze wat achter loopt; het is heel goed mogelijk dat ze over 3 of 5 jaar ten aanzien van logisch redeneren en taal wat achter loopt en op die andere domeinen wat voor. Leuk dat je me dit schrijft! Met vriendelijke groeten, Ewald
P.S. Over fase 11 kun je meer lezen in hoofdstuk 1 van mijn boek 'Naar school; psychologie van 3 tot 8'. |
|
|
 |
|
Terug naar overzicht deskundigen
|
|
|
|
|
 |
Stel je vraag aan de voedingsdeskundige, de natuurgeneeskundig
therapeute of de ontwikkelingspsycholoog. Bekijk de maandelijkse
onderwerpen van de paranormaal kindertherapeute, de logopediste
en Consument & Veiligheid. Opvoedsteunpunt Kansen voor Kinderen
behandelt elke maand een toepasselijk thema.
Lees verder
|  |
|
 |
|
 |
|
|